EMOTIES

Grip op je emoties

Welkom bij Gedachtes, onderdeel van FF Mentaal. Hier ontdek je korte oefeningen en tips die je helpen om stil te staan bij wat er door je hoofd gaat.

Gedachten kunnen je inspireren, afleiden, motiveren of soms flink blijven hangen. Je leert ze beter herkennen, meer ruimte in je hoofd te maken en te ontdekken wat jou helpt om met een frisse blik verder te gaan.

Emoties kunnen klein zijn of behoorlijk overweldigend. Hoe krijg je meer grip op je emoties? We geven je tips hoe je stil kunt staan bij wat je voelt. En hoe je met emoties om kunt gaan, ook als ze niet fijn zijn.

FF VOELEN WAT ER IS

Blij, boos, bang, verdrietig: emoties horen erbij en ze gaan vanzelf weer voorbij...
Meer lezen
Blij, boos, bang, verdrietig: emoties horen erbij en ze gaan vanzelf weer voorbij. Soms voelen ze klein, soms als een storm. Iedereen kent dat.

Het fijne is: je hoeft een emotie niet weg te duwen. Hoe sneller je herkent wat je voelt, hoe minder een gevoel je overspoelt.

Hieronder vind je een paar oefeningen die je kunnen helpen om meer grip te krijgen op wat er in je omgaat.

Hieronder vind je een paar oefeningen die je kunnen helpen om meer grip te krijgen op wat er in je omgaat.

FF oefenen

De nieuwste oefeningen om zelf te proberen

Lees hier de oefening
1

Geef de stem in je hoofd een naam

Soms heb je een negatieve gedachte die steeds terugkomt, zoals: ‘Ik ben niet goed genoeg’ of ‘Niemand vindt mij leuk.’
Deze oefening helpt om wat afstand te nemen van die gedachten.

Kies een naam voor de kritische stem in je hoofd. Dat mag van alles zijn: een gewone naam, een grappige naam of iets wat bij die stem past.
Merk je later dat een gedachte weer opkomt? Zeg dan in jezelf bijvoorbeeld:
‘Daar is die stem weer. Ik luister niet naar jou.’

Je hoeft de gedachte niet weg te duwen of ermee in discussie te gaan. Laat hem er gewoon zijn, terwijl jij doorgaat met wat je aan het doen was. Je gedachten mogen er zijn, maar ze hoeven niet te bepalen wat jij doet.
Lees hier de oefening
2

Praat minder streng tegen jezelf

Na iets dat niet goed ging, kun je streng praten tegen jezelf. Bijvoorbeeld als je een slecht cijfer haalt voor een toets, als je een fout hebt gemaakt of na een ongemakkelijk moment. Misschien denk je dan: ‘Ik kan echt niks.’ Of ‘Het gaat altijd fout.’

Deze oefening helpt om eerlijker en rustiger naar situaties te kijken. En minder streng tegen jezelf te praten.

Probeer te letten op woorden als:
 • altijd
 • nooit
 • alles
 • niks

Het is vaak minder groot.

En kijk of je je gedachte kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld:

Niet: ‘Ik ben slecht in school.’
Wel: ‘Deze toets ging niet goed.’

Niet: ‘Alles gaat mis.’
Wel: ‘Dit liep anders dan ik wilde.’

In het begin kan dit nep voelen. Alsof je jezelf voor de gek houdt. Maar het went. Je brein gaat het uiteindelijk echt geloven als je het blijft doen.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.
Download oefening
Lees hier de oefening
3

Doorbreek het piekeren

Piekeren kan voelen als het vinden van een oplossing. Maar vaak zijn het steeds dezelfde gedachten en kom je niet verder.
Je kunt verschillende dingen proberen om je hoofd wat meer rust te geven.

• Plan een piekermoment

Kies elke dag een vast tijdstip waarop je 15 minuten nadenkt over je zorgen. Bijvoorbeeld om 19 uur. Komt een gedachte eerder op? Schrijf hem kort op en bewaar hem voor later. Je brein leert: nu niet piekeren, dat mag om 19 uur.

• Schrijf je gedachten op

Door je zorgen op papier te zetten, hoef je ze minder in je hoofd vast te houden.
Leg een schrift naast je bed voor dingen die ’s avonds opkomen.
 
• Gebruik je verbeelding
Ga rustig zitten, doe je ogen even dicht en stel je voor dat je gedachten wegdrijven, bijvoorbeeld in een ballon of op een trein die vertrekt. Dat kan helpen om wat afstand te voelen.

• Praat met iemand

Vertel iemand wat je bezighoudt. Dat lucht vaak op.
Probeer niet alleen over problemen te praten, maar ook over gewone dingen.

• Ga iets doen

Doe iets anders. Iets waarbij je je aandacht nodig hebt of waar je rustig van wordt, zoals bewegen, muziek luisteren, tekenen of een spel spelen. Dat geeft je hoofd even een pauze van het piekeren.

Je hoeft niet alles te doen. Probeer wat uit en kies wat voor jou werkt.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen
Download oefening

1

Herken wat je voelt

Emoties heb je niet zomaar. Ze vertellen je altijd iets. Over wat je belangrijk vindt of wat je raakt. Als je snapt welke emotie je voelt, kun je er beter mee omgaan.

Begin met de basisemoties:
   • blij
   • boos
   • bang
   • verdrietig

Denk per emotie aan een moment waarop je deze emotie voelde. Schrijf er kort iets over op of praat erover met iemand die je vertrouwt. Stel jezelf daarna deze vragen:

• Wanneer voel ik dit?

Wat gebeurde er? Welke situatie zorgde voor deze emotie?

• Waar voel ik dit in mijn lichaam?
Bijvoorbeeld in je buik, borst, schouders of keel.
Voelt het gespannen, zwaar, warm of onrustig?

• Wat probeert deze emotie mij duidelijk te maken?

Bijvoorbeeld: boos omdat iemand door je heen praat → misschien wil je gehoord worden, ruimte voor jouw mening, respect.

Je kunt dit meerdere keren per dag kort oefenen door jezelf af te vragen:
‘Wat voel ik nu?’
Je hoeft het niet perfect te weten. Alleen even stilstaan helpt al.

Next level: er zijn veel meer emoties dan deze vier. Check dit emotiewiel en kijk wat je herkent.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.
Download oefening

2

Denk aan fijne momenten

Je aandacht gaat vaak vanzelf naar dingen die lastig zijn. Het kan je helpen fijne momenten groter te maken.

• Denk terug aan een fijn moment:

Kies een herinnering waar je blij van werd. Probeer het moment zo duidelijk mogelijk terug te halen:
   • Waar was je?
   • Wie waren erbij?
   • Wat zag of hoorde je?
   • Hoe voelde je je op dat moment?

Neem even de tijd om dat fijne gevoel helemaal te voelen.
Bedenk daarna een klein ‘anker’ dat je aan dit moment doet denken. Bijvoorbeeld: een woord, een beeld, een liedje, een voorwerp. Iets waarmee je dat gevoel later direct kunt terughalen. Zeker op momenten dat je je niet zo fijn voelt.
En hoe vaker je dat doet, hoe makkelijker het gaat.

• Kijk vooruit naar iets leuks:
Je kunt ook denken aan iets waar je naar uitkijkt. En het fijne gevoel dat dat bij je oproept groter maken. Bijvoorbeeld: een afspraak, een vakantie, een sportwedstrijd, tijd met iemand die je graag ziet.
Stel je voor hoe dat moment eruitziet en hoe je je dan voelt. En maak het groter.

Door hier bewust bij stil te staan, kun je nu alvast wat positieve gevoelens ervaren.
Download oefening

3

Check wat er in je lichaam gebeurt

Emoties voel je niet alleen in je hoofd, maar ook in je lichaam. Deze oefening helpt om signalen van je lichaam beter te herkennen.

Doe dit op een vast moment van de dag of juist of wanneer je een sterke emotie voelt.

STAP 1: Sta even stil. Neem een korte pauze en adem rustig in en uit.

STAP 2: Scan je lichaam. Vraag jezelf af:
   • Hoe voelt mijn ademhaling?
   • Zijn mijn spieren gespannen?
   • Voel ik iets in mijn buik, schouders of borst?
Merk gewoon op wat je voelt, zonder het meteen te willen veranderen.

STAP 3: Geef het een naam. Welke emotie past hierbij?
 Bijvoorbeeld: boos, bang, verdrietig, gestrest, rustig, opgelucht… Meerdere emoties tegelijk voelen kan ook.

STAP 4: Laat het er zijn. Je hoeft niets op te lossen.
 Probeer alleen op te merken wat je voelt. Emoties veranderen vanzelf weer.

1

Title 4

Text 4

2

Title 5

Text 5

3

Title 6

Text 6

Vraag of opmerking over Emoties?

Heb je een vraag, een tip of is er iets waar je binnen FF Gedachtes meer over wilt weten?

Ga naar de FAQ's