Gedachtes

Roeien in je gedachtes

Welkom bij Gedachtes, onderdeel van FF Mentaal. Hier ontdek je korte oefeningen en tips die je helpen om stil te staan bij wat er door je hoofd gaat.

Gedachten kunnen je inspireren, afleiden, motiveren of soms flink blijven hangen. Je leert ze beter herkennen, meer ruimte in je hoofd te maken en te ontdekken wat jou helpt om met een frisse blik verder te gaan.

Gedachten kunnen je inspireren, afleiden, motiveren of soms flink blijven hangen. We geven je tips om meer rust in je hoofd te maken. En te ontdekken wat jou helpt om met een frisse blik verder te gaan.

FF Roeien in je gedachten

Gedachten gaan de hele tijd door.
Meer lezen
Gedachten gaan de hele tijd door. Sommigen geven je een boost. Anderen kunnen streng, kritisch of onrustig voelen. Dat is heel normaal, iedereen heeft daar weleens mee te maken.

Je kunt leren je gedachten in je voordeel te gebruiken. Door positieve gedachten uit te breiden. En door negatieve gedachten niet weg te duwen, maar minder belangrijk te maken.

Want: je gedachten zijn niet de waarheid. Je hoeft dus niet alles te geloven wat je denkt.

Hieronder vind je een paar oefeningen die je kunnen helpen om meer rust in je hoofd te krijgen.

FF oefenen

1

Geef de stem in je hoofd een naam

1

Geef de stem in je hoofd een naam

Soms heb je een negatieve gedachte die steeds terugkomt, zoals: ‘Ik ben niet goed genoeg’ of ‘Niemand vindt mij leuk.’
Deze oefening helpt om wat afstand te nemen van die gedachten.

Kies een naam voor de kritische stem in je hoofd. Dat mag van alles zijn: een gewone naam, een grappige naam of iets wat bij die stem past.
Merk je later dat een gedachte weer opkomt? Zeg dan in jezelf bijvoorbeeld:
‘Daar is die stem weer. Ik luister niet naar jou.’

Je hoeft de gedachte niet weg te duwen of ermee in discussie te gaan. Laat hem er gewoon zijn, terwijl jij doorgaat met wat je aan het doen was. Je gedachten mogen er zijn, maar ze hoeven niet te bepalen wat jij doet.
2

Praat minder streng tegen jezelf

2

Praat minder streng tegen jezelf

Na iets dat niet goed ging, kun je streng praten tegen jezelf. Bijvoorbeeld als je een slecht cijfer haalt voor een toets, als je een fout hebt gemaakt of na een ongemakkelijk moment. Misschien denk je dan: ‘Ik kan echt niks.’ Of ‘Het gaat altijd fout.’

Deze oefening helpt om eerlijker en rustiger naar situaties te kijken. En minder streng tegen jezelf te praten.

Probeer te letten op woorden als:
 • altijd
 • nooit
 • alles
 • niks

Het is vaak minder groot.

En kijk of je je gedachte kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld:

Niet: ‘Ik ben slecht in school.’
Wel: ‘Deze toets ging niet goed.’

Niet: ‘Alles gaat mis.’
Wel: ‘Dit liep anders dan ik wilde.’

In het begin kan dit nep voelen. Alsof je jezelf voor de gek houdt. Maar het went. Je brein gaat het uiteindelijk echt geloven als je het blijft doen.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.
Download oefening
3

Doorbreek het piekeren

3

Doorbreek het piekeren

Piekeren kan voelen als het vinden van een oplossing. Maar vaak zijn het steeds dezelfde gedachten en kom je niet verder.
Je kunt verschillende dingen proberen om je hoofd wat meer rust te geven.

• Plan een piekermoment

Kies elke dag een vast tijdstip waarop je 15 minuten nadenkt over je zorgen. Bijvoorbeeld om 19 uur. Komt een gedachte eerder op? Schrijf hem kort op en bewaar hem voor later. Je brein leert: nu niet piekeren, dat mag om 19 uur.

• Schrijf je gedachten op

Door je zorgen op papier te zetten, hoef je ze minder in je hoofd vast te houden.
Leg een schrift naast je bed voor dingen die ’s avonds opkomen.
 
• Gebruik je verbeelding
Ga rustig zitten, doe je ogen even dicht en stel je voor dat je gedachten wegdrijven, bijvoorbeeld in een ballon of op een trein die vertrekt. Dat kan helpen om wat afstand te voelen.

• Praat met iemand

Vertel iemand wat je bezighoudt. Dat lucht vaak op.
Probeer niet alleen over problemen te praten, maar ook over gewone dingen.

• Ga iets doen

Doe iets anders. Iets waarbij je je aandacht nodig hebt of waar je rustig van wordt, zoals bewegen, muziek luisteren, tekenen of een spel spelen. Dat geeft je hoofd even een pauze van het piekeren.

Je hoeft niet alles te doen. Probeer wat uit en kies wat voor jou werkt.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen
Download oefening

1

Geef de stem in je hoofd een naam

Soms heb je een negatieve gedachte die steeds terugkomt, zoals: ‘Ik ben niet goed genoeg’ of ‘Niemand vindt mij leuk.’
Deze oefening helpt om wat afstand te nemen van die gedachten.

Kies een naam voor de kritische stem in je hoofd. Dat mag van alles zijn: een gewone naam, een grappige naam of iets wat bij die stem past.
Merk je later dat een gedachte weer opkomt? Zeg dan in jezelf bijvoorbeeld:
‘Daar is die stem weer. Ik luister niet naar jou.’

Je hoeft de gedachte niet weg te duwen of ermee in discussie te gaan. Laat hem er gewoon zijn, terwijl jij doorgaat met wat je aan het doen was. Je gedachten mogen er zijn, maar ze hoeven niet te bepalen wat jij doet.

2

Praat minder streng tegen jezelf

Na iets dat niet goed ging, kun je streng praten tegen jezelf. Bijvoorbeeld als je een slecht cijfer haalt voor een toets, als je een fout hebt gemaakt of na een ongemakkelijk moment. Misschien denk je dan: ‘Ik kan echt niks.’ Of ‘Het gaat altijd fout.’

Deze oefening helpt om eerlijker en rustiger naar situaties te kijken. En minder streng tegen jezelf te praten.

Probeer te letten op woorden als:
 • altijd
 • nooit
 • alles
 • niks

Het is vaak minder groot.

En kijk of je je gedachte kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld:

Niet: ‘Ik ben slecht in school.’
Wel: ‘Deze toets ging niet goed.’

Niet: ‘Alles gaat mis.’
Wel: ‘Dit liep anders dan ik wilde.’

In het begin kan dit nep voelen. Alsof je jezelf voor de gek houdt. Maar het went. Je brein gaat het uiteindelijk echt geloven als je het blijft doen.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.
Download oefening

3

Doorbreek het piekeren

Piekeren kan voelen als het vinden van een oplossing. Maar vaak zijn het steeds dezelfde gedachten en kom je niet verder.
Je kunt verschillende dingen proberen om je hoofd wat meer rust te geven.

• Plan een piekermoment

Kies elke dag een vast tijdstip waarop je 15 minuten nadenkt over je zorgen. Bijvoorbeeld om 19 uur. Komt een gedachte eerder op? Schrijf hem kort op en bewaar hem voor later. Je brein leert: nu niet piekeren, dat mag om 19 uur.

• Schrijf je gedachten op

Door je zorgen op papier te zetten, hoef je ze minder in je hoofd vast te houden.
Leg een schrift naast je bed voor dingen die ’s avonds opkomen.
 
• Gebruik je verbeelding
Ga rustig zitten, doe je ogen even dicht en stel je voor dat je gedachten wegdrijven, bijvoorbeeld in een ballon of op een trein die vertrekt. Dat kan helpen om wat afstand te voelen.

• Praat met iemand

Vertel iemand wat je bezighoudt. Dat lucht vaak op.
Probeer niet alleen over problemen te praten, maar ook over gewone dingen.

• Ga iets doen

Doe iets anders. Iets waarbij je je aandacht nodig hebt of waar je rustig van wordt, zoals bewegen, muziek luisteren, tekenen of een spel spelen. Dat geeft je hoofd even een pauze van het piekeren.

Je hoeft niet alles te doen. Probeer wat uit en kies wat voor jou werkt.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen
Download oefening

Vraag of opmerking over Gedachtes?

Heb je een vraag, een tip of is er iets waar je binnen FF Gedachtes meer over wilt weten?

Laat het ons weten