Sport en bewegen

Blijf in het ritme

Welkom bij Gedachtes, onderdeel van FF Mentaal. Hier ontdek je korte oefeningen en tips die je helpen om stil te staan bij wat er door je hoofd gaat.

Gedachten kunnen je inspireren, afleiden, motiveren of soms flink blijven hangen. Je leert ze beter herkennen, meer ruimte in je hoofd te maken en te ontdekken wat jou helpt om met een frisse blik verder te gaan.

Bewegen heeft niet alleen effect op je conditie. Het werkt door op je stemming, je concentratie en je slaap. Wist je dat weinig bewegen al genoeg is? Ontdek wat bij jou past, zodat je in het ritme blijft.

FF IN BEWEGING KOMEN

Soms heb je gewoon geen zin...
Meer lezen
Soms heb je gewoon geen zin. Je hoofd is vol, je lijf voelt traag en sporten klinkt als het laatste waar je trek in hebt. Heel normaal.

Het fijne is: je hoeft niet uren naar de sportschool. Tien minuten wandelen, fietsen of dansen telt ook - en je merkt het verschil sneller dan je denkt.

Hieronder vind je een paar oefeningen waarmee je rustig op gang kunt komen.

Hieronder vind je een paar oefeningen waarmee je rustig op gang kunt komen.

FF oefenen

De nieuwste oefeningen om zelf te proberen

Lees hier de oefening
1

Geef de stem in je hoofd een naam

Soms heb je een negatieve gedachte die steeds terugkomt, zoals: ‘Ik ben niet goed genoeg’ of ‘Niemand vindt mij leuk.’
Deze oefening helpt om wat afstand te nemen van die gedachten.

Kies een naam voor de kritische stem in je hoofd. Dat mag van alles zijn: een gewone naam, een grappige naam of iets wat bij die stem past.
Merk je later dat een gedachte weer opkomt? Zeg dan in jezelf bijvoorbeeld:
‘Daar is die stem weer. Ik luister niet naar jou.’

Je hoeft de gedachte niet weg te duwen of ermee in discussie te gaan. Laat hem er gewoon zijn, terwijl jij doorgaat met wat je aan het doen was. Je gedachten mogen er zijn, maar ze hoeven niet te bepalen wat jij doet.
Lees hier de oefening
2

Praat minder streng tegen jezelf

Na iets dat niet goed ging, kun je streng praten tegen jezelf. Bijvoorbeeld als je een slecht cijfer haalt voor een toets, als je een fout hebt gemaakt of na een ongemakkelijk moment. Misschien denk je dan: ‘Ik kan echt niks.’ Of ‘Het gaat altijd fout.’

Deze oefening helpt om eerlijker en rustiger naar situaties te kijken. En minder streng tegen jezelf te praten.

Probeer te letten op woorden als:
 • altijd
 • nooit
 • alles
 • niks

Het is vaak minder groot.

En kijk of je je gedachte kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld:

Niet: ‘Ik ben slecht in school.’
Wel: ‘Deze toets ging niet goed.’

Niet: ‘Alles gaat mis.’
Wel: ‘Dit liep anders dan ik wilde.’

In het begin kan dit nep voelen. Alsof je jezelf voor de gek houdt. Maar het went. Je brein gaat het uiteindelijk echt geloven als je het blijft doen.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.
Download oefening
Lees hier de oefening
3

Doorbreek het piekeren

Piekeren kan voelen als het vinden van een oplossing. Maar vaak zijn het steeds dezelfde gedachten en kom je niet verder.
Je kunt verschillende dingen proberen om je hoofd wat meer rust te geven.

• Plan een piekermoment

Kies elke dag een vast tijdstip waarop je 15 minuten nadenkt over je zorgen. Bijvoorbeeld om 19 uur. Komt een gedachte eerder op? Schrijf hem kort op en bewaar hem voor later. Je brein leert: nu niet piekeren, dat mag om 19 uur.

• Schrijf je gedachten op

Door je zorgen op papier te zetten, hoef je ze minder in je hoofd vast te houden.
Leg een schrift naast je bed voor dingen die ’s avonds opkomen.
 
• Gebruik je verbeelding
Ga rustig zitten, doe je ogen even dicht en stel je voor dat je gedachten wegdrijven, bijvoorbeeld in een ballon of op een trein die vertrekt. Dat kan helpen om wat afstand te voelen.

• Praat met iemand

Vertel iemand wat je bezighoudt. Dat lucht vaak op.
Probeer niet alleen over problemen te praten, maar ook over gewone dingen.

• Ga iets doen

Doe iets anders. Iets waarbij je je aandacht nodig hebt of waar je rustig van wordt, zoals bewegen, muziek luisteren, tekenen of een spel spelen. Dat geeft je hoofd even een pauze van het piekeren.

Je hoeft niet alles te doen. Probeer wat uit en kies wat voor jou werkt.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen
Download oefening

1

Begin klein met bewegen

Meer bewegen hoeft niet ingewikkeld te zijn. Kleine dingen werken ook. En zijn vaak makkelijker vol te houden.

Voorbeelden:
 • Neem de trap in plaats van de lift
 • Loop naar de winkel in plaats van te fietsen
 • Stap een halte eerder uit de bus
 • Ga met de hond van de buren wandelen
 • Neem de fiets in plaats van de bus

Kies deze week één ding. Doe het elke dag. Kijk daarna:
 • Hoe voelde dat?
 • Had je meer energie?
 • Voelde je lichaam anders?
 • Was het haalbaar?

2

Ontdek welke sport bij jou past

Misschien wil je wel sporten, maar weet je niet wat. Dan kan het helpen te onderzoeken wat bij jou past.

Denk eens na over:
 • Beweeg je liever samen of alleen?
 • Houd je van actie of juist rust?
 • Wil je competitie of gewoon bewegen?
 • Ben je graag buiten of binnen?

Probeer daarna iets nieuws uit. Denk bijvoorbeeld aan wandelen, fitness, dansen, voetbal, klimmen, yoga, zwemmen, kickboksen.

Je hoeft nergens meteen goed in te zijn. Het doel is ontdekken wat jou energie geeft.

Samen met iemand bewegen kan helpen: omdat het gezellig is én als stok achter de deur.

Extra tip: Doe de sporttest om te ontdekken wat je leuk vindt.

3

Micro-bewegingen tussendoor

Korte momenten van beweging kunnen helpen om je meer energie en concentratie te geven.

Kies deze week een paar kleine beweegmomenten, bijvoorbeeld:
 • even opstaan tijdens een serie
 • rondlopen tijdens het bellen
 • rekken of strekken tussendoor
 • dansen op een liedje
 • vaker de trap nemen

Kijk welke kleine gewoontes goed bij jouw dag passen. Kijk of je er een nieuwe gewoonte van kunt maken.

1

Title 4

Text 4

2

Title 5

Text 5

3

Title 6

Text 6

Vraag of opmerking over sport en bewegen?

Heb je een vraag, een tip of is er iets waar je binnen FF Gedachtes meer over wilt weten?

Ga naar de FAQ's