Problemen tackelen

Hindernissen overwinnen

Welkom bij Gedachtes, onderdeel van FF Mentaal. Hier ontdek je korte oefeningen en tips die je helpen om stil te staan bij wat er door je hoofd gaat.

Gedachten kunnen je inspireren, afleiden, motiveren of soms flink blijven hangen. Je leert ze beter herkennen, meer ruimte in je hoofd te maken en te ontdekken wat jou helpt om met een frisse blik verder te gaan.

Een probleem voelt in je hoofd vaak groter dan het is. Weten waar je wél invloed hebt en een kleine stap zetten helpt vaak al. Ontdek hoe jij hindernissen kunt overwinnen.

FF UIT ELKAAR HALEN

Soms stapelt alles zich op: ruzie, geld, school, en nog iets...
Meer lezen
Soms stapelt alles zich op: ruzie, geld, school, en nog iets. Het voelt onoplosbaar. Vaak komt dat omdat je probeert het allemaal in één keer op te lossen.

Het fijne is: een probleem in stukjes wordt vanzelf kleiner. En je hebt zelden alle stukken tegelijk nodig - één eerste stap is genoeg.

Hieronder vind je een paar oefeningen waarmee je iets meer overzicht krijgt.

Hieronder vind je een paar oefeningen waarmee je iets meer overzicht krijgt.

FF oefenen

De nieuwste oefeningen om zelf te proberen

Lees hier de oefening
1

Geef de stem in je hoofd een naam

Soms heb je een negatieve gedachte die steeds terugkomt, zoals: ‘Ik ben niet goed genoeg’ of ‘Niemand vindt mij leuk.’
Deze oefening helpt om wat afstand te nemen van die gedachten.

Kies een naam voor de kritische stem in je hoofd. Dat mag van alles zijn: een gewone naam, een grappige naam of iets wat bij die stem past.
Merk je later dat een gedachte weer opkomt? Zeg dan in jezelf bijvoorbeeld:
‘Daar is die stem weer. Ik luister niet naar jou.’

Je hoeft de gedachte niet weg te duwen of ermee in discussie te gaan. Laat hem er gewoon zijn, terwijl jij doorgaat met wat je aan het doen was. Je gedachten mogen er zijn, maar ze hoeven niet te bepalen wat jij doet.
Lees hier de oefening
2

Praat minder streng tegen jezelf

Na iets dat niet goed ging, kun je streng praten tegen jezelf. Bijvoorbeeld als je een slecht cijfer haalt voor een toets, als je een fout hebt gemaakt of na een ongemakkelijk moment. Misschien denk je dan: ‘Ik kan echt niks.’ Of ‘Het gaat altijd fout.’

Deze oefening helpt om eerlijker en rustiger naar situaties te kijken. En minder streng tegen jezelf te praten.

Probeer te letten op woorden als:
 • altijd
 • nooit
 • alles
 • niks

Het is vaak minder groot.

En kijk of je je gedachte kleiner kunt maken. Bijvoorbeeld:

Niet: ‘Ik ben slecht in school.’
Wel: ‘Deze toets ging niet goed.’

Niet: ‘Alles gaat mis.’
Wel: ‘Dit liep anders dan ik wilde.’

In het begin kan dit nep voelen. Alsof je jezelf voor de gek houdt. Maar het went. Je brein gaat het uiteindelijk echt geloven als je het blijft doen.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.
Download oefening
Lees hier de oefening
3

Doorbreek het piekeren

Piekeren kan voelen als het vinden van een oplossing. Maar vaak zijn het steeds dezelfde gedachten en kom je niet verder.
Je kunt verschillende dingen proberen om je hoofd wat meer rust te geven.

• Plan een piekermoment

Kies elke dag een vast tijdstip waarop je 15 minuten nadenkt over je zorgen. Bijvoorbeeld om 19 uur. Komt een gedachte eerder op? Schrijf hem kort op en bewaar hem voor later. Je brein leert: nu niet piekeren, dat mag om 19 uur.

• Schrijf je gedachten op

Door je zorgen op papier te zetten, hoef je ze minder in je hoofd vast te houden.
Leg een schrift naast je bed voor dingen die ’s avonds opkomen.
 
• Gebruik je verbeelding
Ga rustig zitten, doe je ogen even dicht en stel je voor dat je gedachten wegdrijven, bijvoorbeeld in een ballon of op een trein die vertrekt. Dat kan helpen om wat afstand te voelen.

• Praat met iemand

Vertel iemand wat je bezighoudt. Dat lucht vaak op.
Probeer niet alleen over problemen te praten, maar ook over gewone dingen.

• Ga iets doen

Doe iets anders. Iets waarbij je je aandacht nodig hebt of waar je rustig van wordt, zoals bewegen, muziek luisteren, tekenen of een spel spelen. Dat geeft je hoofd even een pauze van het piekeren.

Je hoeft niet alles te doen. Probeer wat uit en kies wat voor jou werkt.

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen
Download oefening

1

Focus op waar jij invloed op hebt

Sommige dingen heb je in de hand. Andere totaal niet.
Als je die twee door elkaar haalt, vreet dat onnodig energie.
Bijvoorbeeld:


De prijs van dingen → geen invloed

Waar jij je geld aan uitgeeft → wel invloed

Hoe iemand reageert → geen invloed

Wat jij zegt (en hoe) → wel invloed


Hoe meer aandacht je stopt in dingen waar je wel invloed op hebt, hoe meer rust en controle je meestal voelt. Geen magie. Gewoon logisch.

Zo doe je ’t:
Teken twee cirkels. Een kleine cirkel in een grotere.

 • Kleine cirkel: dit is van jou. Schrijf hier dingen op waar jij iets over te zeggen hebt.
Bijvoorbeeld: wat je doet, wat je zegt, hoe je reageert, waar je tijd en energie naartoe gaat.


 • Grote cirkel: laat los. Schrijf hier alles waar je geen controle over hebt.
Andere mensen, het verleden, het nieuws, regels, het weer.


Kies je focus.
Richt je aandacht op de kleine cirkel.
Dáár zit je speelruimte. De rest is bijzaak.
Download oefening

2

Hak het probleem in stukjes

Grote problemen voelen vaak zwaar. Je brein probeert alles tegelijk op te lossen. Dat werkt niet. Daarom helpt het om ze in kleinere stukken te verdelen.

STAP 1: Schrijf het probleem in één zin op. Wat zit je dwars? Een zin is genoeg.

STAP 2: Maak het kleiner. Vraag jezelf af:
  • Waar gaat dit echt over?
  • Welke losse stukjes zitten hierin?

STAP 3: Bedenk per stukje één kleine stap die je kunt zetten. Kies daarna één eerste stap en begin daarmee. Je hoeft niet alles tegelijk op te lossen.

STAP 4: Sta even stil.
Check wat er al gelukt is. Dat telt. Ook als het klein voelt.
Bijvoorbeeld:

  • Het probleem:
‘Ik heb ruzie met mijn beste vriend en dat zit me dwars.’

  • In stukjes:
Wat voel ik eigenlijk? (boos, verdrietig, teleurgesteld).
Wat ging er mis? (die opmerking, mijn reactie).
Wat is mijn aandeel?
Wat wil ik nu echt? (rust, duidelijkheid, sorry zeggen).
Wat is een kleine stap?

  • Mogelijke acties:
een kort appje sturen;
vragen of jullie kunnen praten;
even afstand nemen.

Kies er één. Zet die stap. De rest komt later.

Reminder: een probleem oplossen hoeft niet in één keer.  

Je kunt het invulblad gebruiken om hiermee te oefenen.

3

Wat zou je tegen een vriend zeggen?

Veel mensen zijn strenger voor zichzelf dan voor anderen.

Denk aan een probleem waar je mee zit. Stel je voor dat je beste vriend met precies hetzelfde probleem zit.

  • Wat zou ik zeggen?
  • Hoe zou je helpen?

Schrijf op wat er spontaan in je opkomt.

Lees het daarna terug alsof het voor jou bedoeld is.

De kans is groot dat je milder bent voor een ander dan voor jezelf.

Deze oefening draait het om. Kan je tegen jezelf praten alsof je het tegen je beste vriend hebt?

1

Title 4

Text 4

2

Title 5

Text 5

3

Title 6

Text 6

Vraag of opmerking over Problemen tackelen?

Heb je een vraag, een tip of is er iets waar je binnen FF Gedachtes meer over wilt weten?

Ga naar de FAQ's